Het gazon in het zonnetje

Door natuurspotter Bert Dijkstra

Er zijn maar weinig landen in de wereld waar diepgroene grasvelden zo’n dominante plek in het landschap innemen als in Nederland. Niet alleen in agrarische landschappen, maar ook in urbane landschappen. Denk maar eens aan raaigrasweiden, bermen, sportvelden, parken en gazons. Zowel in agrarische als stedelijke gebieden zijn ze vaak eenvormig van karakter en de afname van kruiden en fauna zijn een actueel onderwerp van discussie. Er is een duidelijke beweging op gang gekomen om daar verandering in te krijgen. Maar is er dan helemaal niets positiefs te vertellen over kruidenarme grasvelden die frequent worden kortgeschoren? Jazeker wel, en ook nog eens in relatie tot een boerenlandvogel die sterk onder druk staat…

Boerenlandvogels in de stad

Boerenlandvogels kijken in de stad, het kan. Een voorbeeld hiervan is de Scholekster, sinds 2008 volg ik samen met Rinus Dillerop deze soort in Assen intensief. De Scholekster heeft zich tweede helft vorige eeuw ontwikkeld van kustvogel naar boerenlandvogel en ontpopt zich nu als stadsvogel. Ten opzichte van agrarische gebieden en de kustregio’s doen de scholeksters het in stedelijk gebied relatief goed. Daar waar gerichte biotoop- en beschermingsmaatregelen buiten steden tot op het heden weinig succes hebben, lijkt de aanpassing van scholeksters om in steden te broeden wel vruchten af te werpen. De broedresultaten zijn voldoende om de populaties op stabiel niveau te houden of te laten toenemen.

In stedelijke gebieden broedt de soort voornamelijk in delen met complexen van gebouwen met platte grinddaken in combinatie met grasvelden en -stroken.

Gazons, grind en asfalt

Vogels kiezen er in hoofdzaak voor om op grinddaken te broeden, hun voedsel zoeken ze op grasveldjes en bermen, vaak doorsneden door asfaltwegen. Oudervogels voeren hun jongen en pendelen hiervoor aanvankelijk heen en weer, de meeste jongen verlaten uiteindelijk het dak. De gelukkigen die het de val van het dak overleven worden naar de voedselveldjes gelokt. Wat in eerste instantie begon als een onderzoekje naar broedsucces is inmiddels veranderd in een uit de hand gelopen hobby met bredere blik op facetten die horen bij het leven in de stad. In 2018 namen we het terreingebruik onder loep en dan met name het gebruik van de voedselveldjes. Hiervoor voorzagen we enkele vogels van zenders die om de 10 minuten positie en gedrag registreerden. Welke inzichten heeft dat opgeleverd?

De bewegingen van een gezenderde scholekster in de maanden mei t/m juli

De bewegingen van een gezenderde scholekster in de maanden mei t/m juli

Groene snackbar

Regenwormen en emelten (larven van de langpootmug) zijn belangrijke prooien voor zowel de oudervogels als de kuikens. Ze zoeken deze prooien op de tast en prikken de snavel hiervoor soms diep in de grond. Soms moeten ze vaak prikken voor ze op een prooi stuiten, ik ben altijd weer verbaasd over de handigheid waarmee ze een gegrepen prooi richting het keelgat werken. In een beetje grasveld of berm binnen Assen vinden ze eenvoudig prooien. De emelten zitten vrij hoog in de zode en die blijven daar ook in droge perioden. Dit in tegenstelling tot regenwormen die bij droogte dieper weg kruipen en onbereikbaar worden. Een grasmat heeft overigens meer aan snacks te bieden zoals larven van meikevers, kleine slakjes en ritnaalden.

 

 

Op dit frequent gemaaide gazon is veel voedsel, in dit geval toverde de scholeksters een vette rode regenworm tevoorschijn.

Op dit frequent gemaaide gazon is veel voedsel, in dit geval toverde de scholeksters een vette rode regenworm tevoorschijn.

Kort gras versus lang gras

Aanwezigheid van kort gras is een belangrijke voorwaarde om efficiënt voedsel te kunnen zoeken. Tijdens het foerageren moeten ze eenvoudig kunnen lopen, iets wat in lang gras moeizamer gaat. Zeker naarmate het groeiseizoen vordert en de grasgroei goed op gang komt, nemen de foerageermogelijkheden af. In steden is geen vee wat het gras kort houdt, die rol is vrijwel volledig weggelegd voor grasmaaiers. De frequentie van maaien varieert enorm, van vrijwel wekelijks (gazonbeheer) tot incidenteel. Overigens krijgen ook bij de intensievere vorm van gazon en bermbeheer diverse planten wel de ruimte om kort te kunnen bloeien, zoals madeliefjes, boterbloemen en klaver. In dat opzicht zijn het nu ook weer geen ecologische woestijnen. In Assen worden de bermen binnen het stedelijk gebied de laatste jaren later gemaaid in het kader van ecologisch bermbeheer. En ja, de bloemen en vlinders beginnen te komen, maar zijn de scholeksters er blij mee?

Ongehoorzame burgers als bondgenoot

24-uur service van een zelfrijdende grasmaaier

24-uur service van een zelfrijdende grasmaaier

De zendervogels die we in de broedfase (begin mei) gedurende het late voorjaar en zomer konden volgen, bleken heel erg trouw te zijn aan een beperkt aantal gazons. Een kleine 30-50 are was al voldoende om de buikjes is vullen. Overigens bevonden zich hieronder ook enkele bermen die bestempeld waren voor een meer ecologisch regime, enkele aanwonende eigenaren dachten daar echter anders over. Het toegeëigende recht om hier gazonbeheer toe te passen, bleek uitstekend in het straatje van de scholeksters te passen. Het gazonbeheer levert een stabiele foerageerlocatie op. Het viel ook op dat in de periode waarop de eerste bermen werden gemaaid ze redelijk trouw bleven aan de gazons. Dit zou er op kunnen wijzen dat het voedsel aanbod in gazons hoger is. Dit gaan we nog uitpluizen.

Vogels van het gazonverbond

Scholeksters zijn zeker niet de enige vogels die gebruik maken van gazons. Spreeuwen halen er hun emelten, evenals roeken. Ook witte kwikstaarten, merels en eksters op zoek naar voedsel laten zich er veelvuldig zien. Waarschijnlijk zijn het onmisbare schakels in hun stedelijk leefgebied. Overal maar vaak maaien dan? Nee natuurlijk niet. Het stramien van fasering in tijd en ruimte, het liefst kleinschalig, blijft het ideaalbeeld. Het meer ecologische bermbeheer van de gemeente Assen is een prima basis, het gazonbeheer is een essentiële aanvulling voor veel vogels. Zeker langs drukke wegen voorkomt laat maaien ook dat vogels met de jongen naar een risicovolle locaties worden gelokt en verongelukken in het verkeer. Met het onderzoek naar scholeksters zijn we weer een stukje wijzer geworden. Met een aanbod van een grinddak en enkele duizenden vierkante meters gazon is deze soort al een stuk minder bedreigd…..

Samen voedsel zoeken. Volwassen scholekster op de voorgrond, op achtergrond spreeuwen en houtduiven.

Samen voedsel zoeken. Volwassen scholekster op de voorgrond, op achtergrond spreeuwen en houtduiven.

Het onderzoek met zenders wordt mede mogelijk gemaakt met financiële bijdragen van het Prins Bernard Cultuurfonds, gemeente Assen, het IJsvogelfonds en de WMD.