Het konijn: steeds minder gewoon

Wild konijn in heidegebied bij Norg.

Toen ze nog heel algemeen waren, haalde je er je neus voorop. En nu ze wat minder algemeen zijn geworden, loop je er nog steeds gemakkelijk aan voorbij: wilde konijnen. Hoe onterecht, want naast dat het gewoon prachtige dieren zijn, houden ze er ook nog eens een intrigerend leven op na.

Van konijnen herinner ik me vooral dat ze met veel waren. Op het opgespoten industrieterrein in Delfzijl en waar ik mijn jeugdjaren doorbracht om de natuur te ontdekken, waren ze met afstand het meest talrijke zoogdier. Dat zal in Drenthe niet anders zijn geweest. En bovendien ook overdag volop actief. Ook bij mijn jeugdige natuuravonturen op de Waddeneilanden herinner ik me dat er altijd konijnen waren. Overal zag je de complexen van holen die ze hadden gegraven inclusief verplaatsing van vaak grote hoeveelheden zand.

Typische keutelplaats (latrine) van een konijn.

Maar de tijden zijn veranderd. Natuuronderzoeker Rob Bijlsma houdt sinds 1990 de konijnenstand bij op een 3100 meter lang traject in het bosgebied Berkenheuvel bij Diever. Zag hij in het begin nog wel 50 konijnen op één telronde, nog geen zeven jaar later kelderde het aantal naar enkele per ronde. Ik zie ook nog maar zelden een konijn. Bij grote hopen zand denk ik tegenwoordig in eerste instantie dan ook niet aan het werk van konijnen, maar aan dassen.

Een treffende gebeurtenis wat dat betreft vond vorig jaar plaats in het Groningse Westerwolde toen ik daar op struintocht was met mijn eega. Op de hei van Ter Borg zag ik ‘in de verte’ een grote witte bult zand liggen. Mijn eerste gedachte: tjonge, die das laat wel heel duidelijk zien dat hij er is. De locatiekeuze was echter wat vreemd. Nu bouwen dassen wel vaker een (bij)burcht in een heideveld(je), maar op de een of andere manier toch altijd een beetje uit het zicht. Ik was dus blij verrast dat ik weer een ‘plaatje’ aan mijn zoekbeeld kon toevoegen. Dassen blijven immers verrassen.

Das of toch konijn?

Ter plaatse bleek weer op te gaan dat je eerst even rustig moet kijken. Of zoals mijn sporenmaatje René vaak zegt, als je wilt dat het een das is, zie je alleen nog maar das. Deze indrukwekkende hoop zand was namelijk naar buiten gewerkt door een konijn. Ook een wat atypisch beeld, want er was maar één zandkegel te vinden. Konijnen leven juist vaak in groepsverband en daardoor ontstaan meestal grotere burchtcomplexen.

Konijnenburcht op het Fochteloërveen

Niet veel later banjerde ik weer eens rond op het Fochteloërveen en op de Bonghaar had ik een déjà vu. Vanaf het fietspad zag ik weer een grote bult zand liggen (zie foto) en weer dacht ik: wat een gekke plek voor een das. En ook hier bleek het om het werk van konijnen te gaan. Blijkbaar zie ik tegenwoordig meer dassen dan konijnen en vertroebelt mijn blik. Hoe kan dat toch?

VHS

Het konijn werd in de twaalfde eeuw vanuit Frankrijk in heel West-Europa ingevoerd en als geschenk (lees jachtwild) uitgewisseld door kloosterlingen en adel. Tot de jaren vijftig van de vorige eeuw was het konijn een wijdverspreide soort in ons land. Ziektes als myxomatose en de twee varianten van VHS (Viral Haemorraghic Syndrome) hebben de populaties nu een aardige knauw gegeven. Na de eerste VHS-uitbraak vanaf begin jaren negentig werd de soort op een mij aantal bekende plekken in Drenthe volledig weggevaagd. In gebieden waar een restpopulatie overbleef waren er snel tekenen van herstel, maar hier zorgde VHS 2 voor een nieuwe klap.

Een zogenaamd konijnenschraapje in de Gasterse duinen. Door aan steilrandjes kuiltjes te graven kunnen konijnen bij de voedzame wortels van planten.

Het konijn wordt ondanks al die tegenslagen nog steeds niet in zijn voortbestaan bedreigd, maar je moet in Drenthe tegenwoordig wel goed zoeken. Heideterreintjes zoals het Noordsche Veld tussen Norg en Donderen en  de Gasterse duinen bij Norg, dat zijn de plekken waar je nog konijnen kunt vinden. Ook in het agrarisch cultuurlandschap kom je nog wel eens een konijn tegen. Gelukkig maar want het konijn is een buitengewoon interessant dier. Op een burcht leven vaak groepen tot tien dieren. Wordt het aantal groter, dan splitst de groep zich weer op. En het opmerkelijke is dat er binnen zo’n groep twee verschillende rangordes zijn, een tussen de vrouwtjes en een tussen de mannetjes onderling. Bij konijnen, die toch bekend staat als een knuffeldier, geldt vooral het recht van de sterkste.

Door deze sociale levenswijze houden ze hun eigen geliefde habitat met korte vegetaties in stand. Plekken die jarenlang door de vele sporen van konijnen werden gedomineerd groeien nu vrij snel dicht met bijvoorbeeld pijpenstrootje en later struiken. Kort gegraasde heischrale terreintjes zijn volledig overwoekerd door het wegvallen van konijnen. Als je de foto’s van toen en nu naast elkaar legt, zie je pas écht goed hoeveel invloed het konijn op het landschap kan hebben en weer een leefomgeving creëren voor andere diersoorten.

Dit artikel verscheen eerder in iets gewijzigde vorm in het Friesch Dagblad.