Judasoren groeien na veel regen uit tot flaporen

Hero MoorlagHet bijbelverhaal vertelt dat Judas Iskarioth Jezus verried door Hem met een kus aan te wijzen in de Hof van Gethsemane. Hij had als loon daarvoor zilverlingen van de Farizeeërs gekregen. Judas kreeg spijt, smeet de zilverlingen voor de voeten van de Farizeeën bij de ingang van de tempel in Jeruzalem neer en verliet de stad. De psychische spanning in hem liep zo hoog op, dat hij besloot zelfmoord te plegen. Judas vond een oude vlier en hing zich daaraan op. De mythe rond de diep tragische gebeurtenis vertelt dat de vlier de zelfmoord onthield. Om deze tragiek nooit te vergeten, groeiden er rode oren op de schors, de oren van Judas, als overblijfselen van zijn duistere geest…

Op oude vlieren groeien tot op de dag van vandaag Judasoren. Bij langdurige droogte krimpen ze tot onooglijke zwarte knobbeltjes ineen. Zogauw de luchtvochtigheid toeneemt, groeien ze uit tot trillende rode oren. Voel eens hoe zacht fluwelig ze zijn. Tik er eens tegen aan om ze te laten trillen. Ze bestaan uit een geleiachtige substantie. En ze zijn nota bene eetbaar. In China maken ze van Judasoren een maaltijd. Je kunt ze ook in paddenstoelensoep verwerken. Ze zijn zelfs geneeskrachtig. Gemalen gedroogde Judasoren werden in gorgelwater verwerkt tegen een zere keel of hese stem. Zangers namen als voorzorg een gorgelkuur van Judasoor. Eerst leeft de Judasoor als parasiet op de schors van vlieren. Sterft de oude vlier af, dan groeien de Judasoren op dood hout verder en leven als saprofyt. Saprofyten verteren afgevallen bladeren, takjes en stobben. Je vindt deze trilzwammen zelfs in de winter, maar ook in het voorjaar, mits het veel heeft geregend.

Naamgeving

De Zweedse plantkundige Carolus Linnaeus (1707-1778) bedacht de binaire nomenclatuur voor duizenden wilde planten, paddenstoelen, zoogdieren en insecten. Hij gaf ieder levend wezen een geslachtsnaam en een soortnaam. Zo noemde hij de witte dovenetel Lamium alba. Lamium staat voor lipbloemige (het plantengeslacht), alba betekent wit (de soort). Linnaeus noemde Judasoor Tremella auricula, trillende oor. Later met de toevoeging Judae. Tremella is een groot geslacht van trilzwammen. De gele trilzwam hangt op het moment aan eiken in alle bossen. Deze trilzwam is hersenvormig en vaak oranjegeel. Paddenstoelennamen worden nogal eens veranderd naar de nieuwste inzichten van deskundigen. In 1888 kreeg Judasoor de welluidende naam Auricularia auricula-judae, een versterking die aangeeft dat het ‘echt’ om oren gaat en dat deze rode oortjes iets hebben te maken met Judas. Nu heet hij Hirneola auricula-judae, hetgeen zoiets betekent als schenkkannetje met een Judasoor. Jammer, jammer. Ik vond de oude naam Auricularia auricula-judae pachtig. De mooiste Judasoren vond ik na de vele regens in februari in het Kremboongbos bij Tiendeveen. Ze waren toen al in het stadium van saprofyt.

Foto’s: Judasoor, eind februari in het Kremboongbos bij Tiendeveen. Hero Moorlag