Kieviten: luchtacrobaten in een vrije val

Daar waar ruim 5 maanden geleden onder rook van Deurze twee kieviten zaten te broeden, zit nu een groep van ruim 50 soortgenoten. De plaats van handeling, een kale geoogste aardappelakker met enkele waterplassen, is de ideale plek om voedsel te zoeken. Een kievit, die voor een belangrijk deel zijn prooien op het oog zoekt, kan hier eenvoudig voedsel traceren. Groepsgewijs “struinen” ze de akker af. Het struinen bestaat in feite uit even kijken, een sprintje trekken en vervolgens in de grond prikken. Dit soort groepjes kieviten kun je momenteel op veel plekken zien. Ze kunnen de komende tijd verder aanzwellen tot groepen van honderden vogels of meer. Het geeft je het gevoel dat het best goed gaat met de soort, maar schijn bedriegt. De Nederlandse broedpopulatie laat een sterke afname zien, die in Drenthe nog sterker is. Hoe zit het dan met die grote groepen die we nu zien en waarom verdwijnt de broedpopulatie als sneeuw voor de zon?

Wintergasten en doortrekkers over de vloer

Vanaf juli vertrekken veel van onze kieviten richting de kusten van Engeland en Frankrijk om daar te overwinteren. Gelijktijdig druppelen vooral vogels uit Noord Duitsland en Midden Europa binnen. Rond deze tijd arriveren kieviten uit Oost Europa en West Rusland, de komende weken zullen de aantallen verder aanzwellen met Fenno-Scandinavische kieviten. Ze zijn voor een belangrijk deel op doorreis richting Engeland en Frankrijk. Als de vorst uitblijft kunnen ze blijven hangen als wintergasten. In onze provincie zijn dit vooral open beekdalen, bosrijke gebieden worden vermeden. In de meest recente (zachte) winters verbleven er tussen de 20.000 en 30.000 exemplaren in onze provincie.

Koning winter doet kieviten vertrekken

Luchtacrobaten

De nu rondvliegende kieviten zijn maar een saaie aangelegenheid in vergelijking met de baltsende exemplaren in het vroege voorjaar. Voor mannetjes, die net hun territorium uitzetten, is het aanvankelijk een dagelijkse bezigheid. De spectaculaire baltsvlucht begint met een trage vleugelslag die al snel overgaat in een snellere vlucht. Tijdens die versnelling zijn zoevende geluiden te horen, dit terwijl ze zich van de ene naar de andere zijde werpen. De witte onderzijde wordt hierbij beurtelings getoond. De vlucht vervolgt met een steile klim van ongeveer 10 meter, waar het mannetje het “kieoewiet” laat horen. Na een korte horizontale vlucht volgt vervolgens een koprol met een duikvlucht naar beneden. De prachtige vluchten van deze luchtacrobaten kunnen minutenlang worden uitgevoerd.

De wacht-sprint-pik techniek

Kleurherkenning

Als liefhebber van schaarse begroeiing is het voor kieviten steeds lastiger om een geschikt plekje te vinden. Het korte gifgroene grasland, in het voorjaar overal te vinden, laten kieviten links liggen. Ze zijn namelijk in staat om aan de hand van kleuren de groeisnelheid van vegetaties in te schatten. Hoe groener de kleur, hoe sneller de groei. Het gifgroene “turbogras” is niet geschikt om in te broeden en jongen in groot te brengen. Het groeit te snel en wordt te hoog en te dicht om in te foerageren, de kieviten weten dat. In het voorjaar is te zien hoe de kleurherkenning bij kieviten werkt. Percelen turbogras die worden doodgespoten, bijvoorbeeld voor teelt van maïs of aardappelen, kleuren langzaam geel tot bruin/oranje. De afstervende vegetatie werkt al snel als een magneet op de kieviten, ze weten dat de grasgroei voor een langere periode is gestopt. Wat ze niet weten is dat deze percelen binnen afzienbare tijd worden bewerkt, ze zijn in een ecologische val gelokt. Door gebrek aan korte vegetaties zijn steeds meer kieviten op akkers gaan broeden, het is daarom meer een akkervogel dan een weidevogel. Vrijwilligers en agrariërs doen hun best om zoveel mogelijk nesten op de akkers te beschermen. Ondanks deze inspanningen gaat het bergafwaarts met de broedpopulatie.

De meeste Drentse kieviten broeden op akkers

Vrije val

Vrijwel overal in Drenthe is de kievit als broedvogel aan te treffen. Toch zijn de vrolijke buitelingen in het voorjaar steeds minder vaak te zien. Sinds 1995 is de broedpopulatie jaarlijks met gemiddeld ruim 3% afgenomen. Deze afname openbaarde zich het eerst in de heideontginningen, maar heeft inmiddels ook zijn beslag gekregen in van oudsher de betere kievitgebieden: beekdalen en laagveengebieden. In de Noord-Drentse beekdalen en het Leekstermeergebied, met thans veel ruig natuurgrasland en moeras, is de populatie fors gekelderd. Ook in beekdalen met regulier agrarisch beheer zijn de aantallen teruggelopen, maar lijkt de soort zich beter staande te kunnen houden. In door akkerbouw gedomineerde gebieden lijkt de stand sinds 2009 stabiel. De totale populatie is echter teruggelopen van 11 000-17 000 paren in 1975-1995 naar nog slechts 4500-6000 in 2013-2015. Hiermee lijkt de kievit populatie in een vrije val te zijn geraakt.

Ideaal broedgebied

Kuikenoverleving

Het aantal geschikte broedlocaties in agrarische gebieden en natuurgebieden neemt steeds verder af. In de resterende gebieden gaat van alles mis. Naast gevaren als nestpredatie en landbewerkingen, spelen er ook duidelijk problemen in de kuikenfase. De kuikens moeten direct na geboorte zelf hun kostje bij elkaar scharrelen. In het begin hebben ze duizenden insecten per dag nodig, als ze groter worden ook regenwormen. Dit in combinatie met dekking om zich te kunnen verschuilen voor predatoren. Natte, licht bemeste bloemrijke graslanden met veel structuur voldoen aan deze voorwaarden. Deze graslanden zijn zeldzaam geworden, het is daarom niet verwonderlijk dat er te weinig aanwas is. Momenteel loopt er een landelijke onderzoek naar de overleving van kievitkuikens. Meer inzicht hierin is nodig om adequate bescherming te kunnen bieden. Het is te hopen dat tij nog gekeerd kan worden. Een voorjaar zonder buitelende kieviten, daar moet je toch niet aan denken!

Kievitkuikens zijn erg kwetsbaar