Kraaien “zwarte schapen”?

Na twee blogs over geliefde vogels als ooievaar en steenuil leek het me gepast om ook een keer iets te schijven minder geliefde vogels; kraaiachtigen. Van oudsher heeft deze soortgroep een slechte reputatie, zoals brenger van dood, ziekte en verderf. Eksters zouden munten stelen en heksen vergezellen, net als de raven. Dat kraaien in de horrorfilm “The Birds” van Alfred Hitchcock uit 1963 een rol kregen is daarom niet verwonderlijk, evenals de bekendheid die deze film nog steeds heeft. Van generatie op generatie wordt de slechte reputatie voortgebracht…

Terwijl er momenteel veel te doen is omtrent achteruitgang van boerenlandvogels, wordt er met geen woord gerept over kraaiachtigen. Ze zijn onlosmakelijk verbonden zijn met agrarische cultuurlandschappen, maar ook hun aantallen nemen af. Is dit minder erg vanwege hun slechte reputatie? Waarschijnlijk wel, maar klopt die reputatie wel? Tijd om eens een andere kant van deze “zwarte schapen” en hun problemen te belichten.

Het is nog geen vijf voor twaalf, maar de aantallen zijn wel flink teruggelopen.

Intelligentie en zelfbewustzijn

Kraaiachtigen beschikken in vergelijking met veel andere vogelsoorten over een hoge mate van intelligentie. Dit is via verschillende onderzoeken vastgesteld. Een mooi voorbeeld hiervan is de uitslag van de zogenaamde “spiegeltest” bij de ekster. Hierbij kregen eksters een sticker onder de snavel geplakt die ze zelf niet konden zien, maar in een spiegel wel. Een deel van de vogels die voor een spiegel werd geplaatst klauwde en pikte richting de sticker. Dit is het bewijs dat ze in spiegelbeeld geen soortgenoot zagen, maar zichzelf, een bewijs voor zelfbewustzijn. Uit recenter onderzoek is gebleken dat kraaien gebruik maken van de plek waar soortgenoten het loodje legden. Dit bezoek is geen onderdeel van een rouwproces, maar een manier om zelf wijzer van te worden. Door de plek te onderzoeken op gevaren leren ze toekomstig onheil te vermijden. Vanwege hun vermogen om problemen op te lossen noemen onderzoekers kraaiachtigen ook wel “gevleugelde primaten”.

De scholekster (links) ziet een soortgenoot in het spiegelbeeld, de ekster (rechts) ziet zichzelf.

Overschatte negatieve effecten

Kraaiachtigen worden regelmatig in verband gebracht met de achteruitgang van andere boerenlandvogels zoals weidevogels. Dit komt waarschijnlijk omdat het dagactieve dieren zijn en interacties met weidevogels daardoor voor mensen zichtbaar zijn. Uit onderzoek blijkt dat zwarte kraaien inderdaad wel eens een eitje meepikken, maar dat dit vaak beperkt blijft tot ca. 5% van de totale predatie. Vergelijkbare verdachtmakingen zijn er ook richting de ekster als het gaat over predatie bij zangvogels. Natuurlijk lusten die eitjes en jongen van bijvoorbeeld merels. Het effect op zangvogelpopulaties is echter klein. Dat blijkt uit het feit dat juist in steden, waar eksters in hoge dichtheden voorkomen, de dichtheden van diverse zangvogels ook hoog zijn. Onderzoek heeft laten zien dat dichtheden van zangvogels afhangen van het aanbod van groen in wijken, en niet van dichtheden van eksters. Ondanks deze feiten blijft het dogma dat alle kraaien een negatief effect hebben overige avifauna, en dat ze met recht gedood mogen worden. Wat dat betreft hebben huiskatten, die de mythes mee hebben, aanmerkelijk meer krediet.  Wereldwijd nemen ze jaarlijks miljarden wilde vogels te grazen en krijgen desondanks van hun baasjes regelmatig een aai over de bol…

Landbouwschade?

Kraaiachtigen zijn alleseters en eten wat de pot schaft, ook landbouwgewassen als zaaigoed of eindproduct staan op het menu. Om deze reden behoren ze tot de  categorie van diersoorten die landbouwschade kunnen veroorzaken. Zo eten roeken bijvoorbeeld graag pas ingezaaid graan. Ze pikken dit op, maar trekken ook kiemplanten uit de grond, vaak plekgewijs.  Over het algemeen zaaien boeren dichter dan nodig voor een optimale opbrengst en planten die na het uitdunnen door roeken overblijven stoelen beter uit. Het bepalen van de werkelijke schade is daarom moeilijk, helemaal als andere factoren in ogenschouw worden genomen die van invloed zijn op de financiële kant van de opbrengst (weersomstandigheden, prijzen op de wereldmarkt, plantenziekten etc.). Het pleksgewijs uitdunnen van graanvelden heeft overigens ook voordelen voor diverse soorten akkervogels, die hier later hun voedsel kunnen zoeken of hun nestje maken.

Een dode zwarte kraai als afschrikmiddel op ingezaaide graanakker, maar het waren toch echt roeken die hier een graantje meepikten. Wat leren die hiervan?!

Nuttige kraaien

Naast alle vermeende schade aan fauna en landbouwgewassen spelen kraaiachtigen ook een hele nuttige rol als schadebestrijder, leverancier van nesten voor andere vogels en opruimer/afvalverwerker. Ze zijn er als de kippen bij als mensen restjes van een Big Mac uit het autoraam kieperen (kijk tip: zondagochtend Mac Donald afslag Assen Noord), of om doodgereden dieren langs wegen op te ruimen.  Bovendien eten vooral  roeken een groot deel van het jaar emelten, de larven van de langpootmug. Deze kunnen schadelijk kunnen zijn voor de veehouderij. Nesten van kraaiachtigen worden bovendien graag benut door roofvogels en uilen die zelf geen nest kunnen bouwen, zoals de torenvalk en ransuil. Deze hebben een regulerende werking bij het optreden van muizenplagen.

Deze roek trekt ritnaalden tussen de straatstenen vandaan.

 

Negatieve spiraal

Eksters, Roeken en Zwarte kraaien hebben steeds meer de neiging om zich te vestigen in dorpen en steden, terwijl in het agrarisch gebied een leegloop te zien is. Het is aannemelijk dat intensivering en schaalvergroting in de landbouw in de afgelopen decennia een negatieve invloed heeft gehad op hun voedselsituatie. Toch is het niet de enige reden dat deze verhuizing is opgetreden. Het lijkt ook een strategie om predatiedruk van Havik, Buizerd en afschot door mensen te ontlopen. De trek naar bebouwd gebied doet veel mensen geloven dat het aantal kraaiachtigen toeneemt. Niets is minder waar. Alleen de Raaf, die vooral in grote natuurgebieden leeft, neemt in aantal toe. De roek, zwarte kraai, kauw en eksters zijn in een negatieve spiraal terechtgekomen en ten opzichte van 2000 met maar liefst 20% tot 60% afgenomen!

Een geaccepteerde roekenkolonie.

Acceptatie

Het feit dat we meer kraaiachtigen in dorpen en steden zien heeft vooral te maken met hun probleemoplossend vermogen. Ze zoeken plekken met betere overlevingskansen. Met name roeken lopen nu tegen een nieuw probleem aan; hun kabaal in en rond de kolonies wordt niet geaccepteerd. Met kostbare projecten worden ze “verplaatst” en verjaagd. Zelf ben ik benieuwd of en welke problemen nu eigenlijk worden opgelost. En wat is de consequentie van het verjagen voor de roek zelf? Met een afname van 20% in vijftien jaar tijd is van een  “gunstige staat van instandhouding” momenteel geen sprake. Waarschijnlijk bereiken we met acceptatie meer, het is een illusie dat we deze intelligente vogels onze wil op kunnen leggen. Net als aan het geluid van auto’s, spelende kinderen en de heggenschaar van de buurman, zullen mensen uiteindelijk ook aan het geluid van roeken gaan wennen.  Nu de achteruitgang bij de meeste kraaiachtigen een feit is, lijkt het tijd voor een herbezinning op de vele vooroordelen. Deze intelligente en tot zwarte schapen gebombardeerde vogels blijken ook kwetsbaar en verdienen beter!

Kauwtjes houden er een hoog ontwikkeld sociaal en familieleven op na. Ook hun taal is hoog ontwikkeld.