Ooievaar 2.0 klaar voor de toekomst

Je hoeft geen ervaren vogelspotter te zijn om vandaag de dag een ooievaar te ontmoeten. Zeker als in juli en augustus ergens gemaaid wordt is er bijna geen ontkomen aan. De grote zwart witte vogel steekt dan schril af tegen het lichtgele grasveld wat achterblijft nadat er gehooid of gekuild is. Hoe anders was dat in mijn jeugd. In 1981 zag ik als tienjarig jongetje mijn eerste ooievaar, hoog overvliegend boven het sportveld in het dorp, de gymles werd er even voor stil gelegd! In tijdschriften van Vogelbescherming Nederland en Grasduinen had toen ik wel eens gelezen dat we de “echte ooievaar” in Nederland wel konden vergeten. Rond die tijd waren er nog 1 tot 2 wilde paartjes over, ik herinner me dat daarvan eentje in Grafhorst zat. Een toepasselijke plek voor een soort die op het punt uitsterven staat. Ik had toen de wens om er een keertje te kijken, het was immers mogelijk de laatste kans om nog een keer een wild exemplaar te zien.

Ooievaars op pas geploegde akker

Het kan verkeren

Enkele jaren later gingen we met de plaatselijke Vogelwacht naar Eernewoude, een buitenstation opgericht in het kader van het speciale landelijke fokprogramma. Daar zag ik voor het eerst een ooievaar broedend op een nestpaal in het vrije veld.  In 2017 telde ik in een gebied van 18 km ten oosten van Assen 12 bezette nesten, het kan verkeren! Bij gebrek aan nestpalen gingen drie paren over tot broeden in bomen. Een boerenlandvogel die ooit ten dode op leek geschreven is bezig met een enorme comeback. Hoe zit dat?

 

Tot de verbeelding

Ooievaars spreken al van oudsher tot de verbeelding. De Grieken en Romeinen eerden de vogels vanwege hun capaciteiten om muizen en slangen te verdelgen en vanwege de ouderliefde die de oudervogels voor de jongen toonden. Ten aanzien van dat laatste zijn verhalen bekend van ooievaars die bij naderende stadsbranden hun jongen van het nest haalden om ze naar een veilige plek transporteren. Om lastige vragen van kinderen over herkomst van baby’s te omzeilen werd de ooievaar uiteindelijk ook gebruikt bij leugentjes van volwassenen. Het verhaal over het afleveren van baby’s was gebaseerd op de oeroude gedachte dat ooievaar zielen naar kinderen brachten die aan geboorte toe waren. Dat moeder na de geboorte van de baby op bed moest liggen kwam door een “prik” van de snavel van de ooievaar bij de levering van de baby. Als kind heb ik dit nooit geloofd. Toch was het voor mij een bijzondere ervaring dat op de dag van de geboorte van mijn oudste dochter een luid klepperende ooievaar boven onze wijk vloog! Bij nadere bestudering was dit onderdeel van een conflict met een tweetal andere overvliegende ooievaars.

Boomnest te Deurze

Populatiecrash

Rond 1940 broedden er landelijk 300-350 paartjes in Nederland en 70 in Drenthe (Sovon, van Dijk). De populatie was toen al in een negatieve spiraal terecht gekomen, die al halverwege de 19e in werking was getreden. Klimaatveranderingen in Afrika (droger) en Nederland (nattere zomers), intensivering/schaalvergroting in de landbouw, gebruik DDT in overwinteringsgebieden om sprinkhanen te bestrijden worden gezien als de belangrijkste oorzaken. In 1974 stierf de ooievaar in Drenthe uiteindelijk uit, landelijk was er toen nog maar een handjevol paren over.

 

Herstel

Toen de ooievaar dreigde uit te sterven werden in de jaren zeventig ooievaar stations ingesteld. Hier werden vogels gefokt en na vrijlating bijgevoerd.  In Drenthe werd bij de Wijk in 1979 het buitenstation De Lokkerij in gebruik genomen. Het duurde tot 1985 voordat er bij De Wijk e.o. drie vrij vliegende paren rondvlogen (Van Dijk 2015). Dit aantal liep op tot 220 in 2009 en lijkt sindsdien stabiel. Sinds 1995 (15-35 paar) is de ooievaar bezig met een opmars in heel Drenthe, met een voorlopig hoogtepunt van ca. 300 paar in 2017. Nadat gestopt werd met fokken en bijvoeren, was de gedachte dat de ooievaars voor een uitdaging zouden komen te staan. Dit is alles behalve uitgekomen! De vraag is of de ogenschijnlijke onstuitbare opmars van de ooievaar te danken is de oorspronkelijke fokprogramma, natuurherstel of iets aan anders. Het is zeker dat door herintroductie de ooievaar in Drenthe is teruggekeerd. Ook en de overlevingskansen van volwassen vogels te zijn toegenomen. Toch is dit waarschijnlijk niet het hele verhaal….

Foeragerende grutto met rustende ooievaar op de achtergrond

Natuurherstel

In Drenthe weten ooievaars zonder bijvoederen jongen groot te krijgen. Het voedsel, bestaat uit regenwormen, emelten, kikkers, muizen mollen en grote insecten. Als je het huidige boerenland met dat van de jaren veertig en eerder vergelijkt, dan ben je geneigd dat het toen beter gesteld was met het voedselaanbod. Natuurherstel kan gedeeltelijk een bijdrage hebben geleverd aan een betere voedselsituatie. Als ik naar de omgeving van Assen kijk dan kan dit maar een deel van de verklaring zijn. Het areaal natuurgrasland is hier de laatste jaren zeker niet sterk toegenomen. Ze maken er in het vroege voorjaar gebruik van, maar vooral in het najaar als er gemaaid wordt. Vooral na het broedseizoen dus.

Hap slik, weg.

Maaien

In de meeste gevallen zie ik vogels voedsel zoeken in regulier boerenland op weides (met melkkoeien en paarden), zodra er gemaaid wordt zijn ze er als de kippen bij en happen ze de ene na de andere prooi op. Er wordt ten oosten van Assen gefaseerd en veelvuldig gemaaid. Ik denk dat dit in het voordeel is van de ooievaars. Ze kunnen in de fase waarin ze jongen hebben vrijwel altijd over een gedekt tafeltje beschikken. Wat ze precies eten heb ik nooit uitvoering onderzocht, maar regenwormen en emelten zie ik regelmatig de revue passeren. Rob Bijlsma deed wel een onderzoek naar de dieet keuze bij Wapse. Dit was op gemaaid natuurgras, hier stonden vooral insecten en regenwormen op het menu.

Rustpauze op gemaaid “turbogras”

Dankzij of ondanks de mens

Van bijna uitgestorven naar onstuitbare opmars. Het herstel lijkt te zijn begonnen met de herintroductie, maar de ooievaar lijkt zich nu verder zonder hulp te redden. Zowel in de buurt van natuurgebieden als ver daarbuiten. Het lijkt voor een belangrijk deel de eigen aanpassing te zijn waardoor de soort zich weet uit te breiden. Ze hebben geleerd hoe ze in het huidige landschap hun kostje bij elkaar moeten scharrelen. Hierbij  spelen ze handig in op buitenkansje die bijvoorbeeld maaiactiviteiten bieden. Een interessante vraag is of de ooievaar op eigen kracht ons land had kunnen koloniseren, zonder fokprogramma’s. Waarschijnlijk wel, maar dan hadden we wat langer moet wachten. Wat we nu zien is het “tweede leven” van de ooievaar, de 2.0 versie die klaar lijkt voor de toekomst.

 

Bronnen:

Van Dijk A.J. Uitbreiding broedpopulatie Ooievaar (Cicnia ciconia in Zw-Drenthe en NW-Overijssel. Drentse Vogels 29 (2015).

Bijlsma R.G. Foerageergedrag en voedsel van Drentse Ooievaars (Ciconia ciconia). Drentste Vogels 26 (2012).