Robuuste natuur en delicaat landschap

Het is heerlijk om al fietsend uit te kijken naar kleine pareltjes in de natuur en tegelijkertijd de sfeer en inrichting van de streek op te snuiven. Ik voel mij als het ware een zoomlens, je pakt details zoals de bessen van de salomonszegel en zoomt daarna uit om het grote geheel – het landschap – in je op te nemen. De laatste tijd dwalen mijn gedachten af naar het begrip ‘robuuste natuur’ in relatie tot het Drentse landschap. Bij robuuste natuur denk ik aan ruigte en wildernis, zie ik grote woeste bossen en moerassen of een eindeloos uitgestrekte heide. Het zijn verleidelijke beelden. De grote natuurgebieden vormen de kern van het Nationaal Natuur Netwerk, de verbale opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Op het vlak van voorlichting zijn wij er met NNN op vooruitgegaan, netwerk zal meer tot de verbeelding spreken dan hoofdstructuur. Maar is de invulling wat betreft de ecologische waarden ook beter geworden?

Robuuste eik, groeit gelukkig binnen het NNN

 

Mot-met-biggen, een delicatesse

De salomonszegel is gedurende het zomerhalfjaar een prachtige plant om te volgen. Je vindt hem in toenemende mate in de boswachterijen nu deze ouder worden. Hij komt voor in de houtwallen en singels door heel Drenthe, met uitzondering van de grote veen- en veldontginningen. Voor mij is de salomonszegel een symbool van het delicate landschap. Delicaat in de zin van verfijnd en kwetsbaar. Hij staat voor de veerkracht en potentie die de natuur in zich heeft. Daar de salomonszegel zich thuis voelt op verschillende bodems, heeft hij kans gezien zich uit te breiden. Dat geldt helaas niet voor soorten op oude wallen en in oude bosjes die kritischer zijn op hun milieu. De foto’s laten de fijne bouw zien. Zie hoe de bloempjes als biggetjes (keuchies) onder de zeug (mot) hangen. Dit verklaart zijn speelse streeknaam. Elk jaar komen er verse stengels met blad en bloem uit de overblijvende wortelstokken. Die stengels laten op de wortelstok een zegelvormige afdruk achter. Ooit bedacht iemand dat die afdruk lijkt op ’t zegel van de Bijbelse koning Salomo, je moet er maar op komen. In deze droge nazomer toont de plant een fraai voorbeeld van het stapsgewijs terugtrekken van het bladgroen als voorbereiding op het volgende jaar.

Bessen bengelen
blauw onder gele blaadjes.
Groen trekt zich terug
via nerven naar wortels
en bezegelt de zomer.

Wie het kleine niet eert…

Wat mij bezig houdt, is de uitsluiting van heel veel landschapselementen en kleine natuurterreinen. Zij zijn niet opgenomen in het nationaal netwerk en staan dan ook des te meer bloot aan allerhande bedreigingen. Hier ligt een dankbare taak voor de provincie, de instelling waar je kennis, betrokkenheid en handhaving mag verwachten wat betreft de natuurwaarden (en de cultuurhistorie) in het landschap. Zeker in relatie tot de gemeente waarin ik woon. Die profileert zich maar al te graag als ‘agrarische gemeente’. Deze term lijkt vaak te fungeren als vrijbrief voor de intensivering van de landbouw. Andere dan agrarische bestemmingen worden makkelijk ondergeschikt gemaakt aan de boerenbelangen. Eén van de effecten is dat je dagenlang beter niet kunt rondfietsen omdat je overal meer mest ruikt dan meidoorns. Dat noem ik dan maar robuuste landbouw…

Fijnmazig netwerk

Tot het netwerk in de ware en functionele zin van het woord behoren houtwallen, singels, poelen en kleine (vaak oudere) bosjes. Zij zijn onmisbaar voor het reizen, zich vestigen en verspreiden van flora en fauna naar en vanuit de natuurgebieden. Onmisbaar ook voor de beleving van het Drentse landschap, dat naast de verre horizon van de heide en het veen (en hun ontginningen) zijn waarde ontleent aan de kleinschalige inrichting van dorp, groenlanden en bosjes. Gelukkig wordt hun belang steeds meer onderkend. Deze groene infrastructuur heeft naast een eigen ecologisch betekenis, waarde voor de recreatie en de landbouw. Er leven vogels, insecten en kleine zoogdieren die bijdragen aan het voorkomen van plagen. Wat de afgelopen tijd maar al te vaak kon worden waargenomen is het belang van bomen voor vee: geen fijnere plek om uit de zon te komen dan de schaduw van een rij bomen!

Klein Jantje…

Naast aan zoogdieren als egel, wezel, bunzing en muizen bieden de landschapselementen voedsel en veiligheid aan tientallen soorten vogels. De winterkoning behoort tot één van de opvallendste, hoe klein hij ook is. De wedstrijd van de vogels rond de vraag wie het hoogst kan vliegen, werd gewonnen door de winterkoning en niet zoals alle vogels verwachtten door de robuuste arend. Het opdondertje was zo slim geweest om stiekem mee te stijgen op de kop van de reus en zo diens prestatie te overtroeven. Hij werd dus koning. Niet alleen daarom heb ik een zwak voor mijn kleine naamgenoot. Deze superscharrelaar is creatief in het bouwen van nesten, zingt gelet op zijn omvang een oorverdovend lied en is niet weg te denken uit struiken en struwelen. Ooit werd er een nestje uitgebroed in de oude schuur achter mijn huis. Het viel mij op dat de oudervogels wekenlang bleven voeren. Zo lang, dat er iets niet klopte. In het nest, kunstig gemaakt in een rol touw, trof ik een vliegvlug jong aan. Om een van zijn wonderlijk grote poten zat een paardenhaar gewikkeld… Na zijn bevrijding is het alsnog uitgevlogen en hij of zijn nazaten scharrelen sinds jaar en dag op mijn erf, delicaat maar taai.

Winterkoning

Winterkoning

Actiepunt

Flora en fauna van heg en houtwal enz. hebben baat bij zorgvuldig onderhoud. Dat voorziet in rust (sic!) en een variatie in soorten, hoogte, diepte en dichtheid. Gebruik deze onderdelen van het landschap niet als stort, maar verwerk tuinafval (maaisel, overbodige planten) op je erf of gebruik de groene container. Dan krijgen planten als de reuzenberenklauw, Japanse duizendknoop of bonte dovenetels niet de kans de inheemse soorten te verdringen.

 

 

 

Jan van Ginkel