De Ree in Drenthe

De door veel mensen geliefde Ree leeft in bosachtige gebieden met open plekken en aangrenzende weilanden, maar ook in heidevelden en akkerbouwgebieden. Hij heeft een voorkeur voor het overgangsgebied van loofbos naar open terrein, om er dekking te zoeken, te rusten en te herkauwen. De ruime hoeveelheid voedsel, rust en dekking in Drenthe maken het landschap een ideale leefomgeving. De Ree komt dan ook in de hele provincie veel voor.

Foto: L’udo Remeník

Reeën leven in het voorjaar en zomer (met uitzondering van de geit en haar jongen) min of meer solitair. De paartijd, ook wel bronsttijd genoemd, valt in juli en augustus (lees hier de blog van natuurspotter Hero Moorlag).
In de winter leven reeën vaak in wat grotere groepen, zogenaamde sprongen. Deze groepen bestaan soms uit meer dan twintig dieren. Het territorium, vaste gebieden die normaal gesproken fel worden verdedigd ten opzichte van soortgenoten, zijn dan wat minder belangrijk. Een dominante bok duldt dan ook tijdelijk andere bokken in zijn territorium, maar er is wel sprake van een duidelijke hiërarchie.

Reeën zijn herkauwers en eten kruiden, grassen, scheuten, bladeren en knoppen van bomen en struiken. Maar ook bessen, landbouwgewassen, twijgen, eikels, beukennootjes en paddenstoelen. In de zomer eten ze vooral veel jonge blaadjes.

 

Zoektip
Met name vlak na zonsopkomst of in de avondschemer kun je reeën langs bosranden goed zien. Reeën zijn dan op zoek naar voedsel. Overdag rusten en herkauwen ze meestal in de dekking, maar op plaatsen waar reeën in alle rust kunnen leven zijn ze ook dan goed te zien. Doordat het voedselaanbod in de winter minder is, besteden de dieren in deze periode meer tijd aan het zoeken van voedsel. December is daarom dé maand om ze in het wild te zien.

Sporen
Ook als je geen reeën ziet, kun je vrij gemakkelijk vaststellen dat ze er wel zijn. Reeën laten namelijk diverse sporen achter in het veld, zoals hoefafdrukken, vraatsporen en keutels. Eén van de meest kenmerkende is het veegspoor aan dunne boompjes langs de vaste looproutes (wissels) van reeën. Reebokken zetten via een geurklier op het midden van hun kop een stof af op een boom of tak waarmee ze hun territorium afbakenen. Door het veelvuldig ‘geveeg’ ontstaat een kenmerkende beschadiging aan de bast. Dit vegen doen reebokken trouwens ook om in het voorjaar de geweibast kwijt te raken.

Ree gespot?
Maak een foto en zet hem op de kaart hieronder!

Trend
In de Tweede Wereldoorlog daalde het aantal reeën in Nederland tot zo’n 3000 stuks. Door een betere jachtwetgeving in 1954 en een zorgvuldig beheer is de stand in Nederland gegroeid tot meer dan 60.000 dieren. Drenthe kent een grote reeënpopulatie, de reeënstand schommelt de laatste jaren rond de 10.000 dieren.

In Nederland en Drenthe vormt het verkeer de grootste bedreiging van de Ree. In Drenthe gaat het om een gemiddelde van 550 (geregistreerde) aanrijdingen per jaar met dodelijke afloop. Omdat reeën een gevaar kunnen vormen voor de verkeersveiligheid, is er in Drenthe een ‘faunabeheerplan Ree’ opgesteld. Door de provincie Drenthe zijn WBE’s (wildbeheereenheid) aangewezen. Deze eenheden zorgen er met afschotplannen voor dat het aantal aanrijdingen met reeën zoveel mogelijk wordt beperkt.

Meer informatie
Meer informatie over het Ree is te vinden op http://www.zoogdiervereniging.nl/het-ree-capreolus-capreolus.

Klik op de kaart om zelf een Ree te spotten!