De regenworm in Drenthe

In oktober zetten we een ondergewaardeerde, ondergrondse soort op het podium: de regenworm! Iedereen kent de regenworm waarschijnlijk wel, maar minder bekend is dat er zo’n 25 verschillende soorten regenwormen in Nederland voorkomen. In graslanden zijn de dichtheid en de soortenrijkdom het grootst. De meeste soorten en grootste dichtheden worden aangetroffen in de klei- en veenbodems, tot wel 540 wormen per vierkante meter. De veenbodems van het Bargerveen en Fochteloërveen zijn in Drenthe de gebieden waar de regenworm het meest voorkomt (de donkere gebieden op de kaart)…

Atlas Natuurlijk Kapitaal – Regenwormen in Nederland

In een zure bodem leven weinig regenwormen en is de soortenrijkdom klein. In bos op zandgrond worden nauwelijks regenwormen aangetroffen; in heidegebied komen ze helemaal niet voor. Ook in de Drentse zandgronden komen over het algemeen dus relatief weinig regenwormen voor.

De regenworm is van groot belang voor de bodemkwaliteit, omdat een regenworm organische stof omzet in voor andere organismen en planten opneembare deeltjes. Ze zorgen dus voor het beschikbaar komen van voedingsstoffen.

Door hun bodemgedrag (gangen graven, mengen grond, omzetten van organische stof) zorgen ze ook voor verbetering van de bodemstructuur. Hierdoor wordt de waterinfiltratie bevorderd, kan beworteling door gewassen beter en dieper gebeuren en dat levert uiteindelijk weer meer gewasopbrengst op. Veel ander bodemleven maakt gebruik van de gangen die wormen maken.

 

 

 

 

Er zijn drie hoofdsoorten:

Strooiselbewoners of rode wormen

 

Deze regenwormen in de toplaag van de bodem. Ze eten plantenresten en organische mest. Ze maken de toplaag los maar maken weinig permanente gangen. Doordat ze in de toplaag leven zijn ze gevoelig voor kou, droogte en zuurstofgebrek. Op bouwland komen deze wormen minder vaak voor.

 

 

Bodembewoners of grauwe wormen

Deze wormen leven in de laag tot 40 cm. Ze eten zich door de bouwvoor heen en vormen een netwerk van gangen. In hun darmkanaal wordt organische stof gebonden aan klei. Hierdoor ontstaat stabiele humus. Doordat ze in een minder actieve toestand kunnen overgaan en niet alleen in de toplaag leven, zijn ze minder gevoelig voor ongunstige omstandigheden zoals droogte en kou. Op bouwland en grasland is dit de meest voorkomende worm.

 

 

Pendelaars

Deze wormen leven van plantenresten en organische mest aan de oppervlakte en trekken dit hun gang in. Met hun verticale gangen, soms tot wel 1,5 m. diep, dragen ze bij aan een goede waterinfiltratie. Ze kunnen verdichte lagen doorbreken. Ze zoeken hun eten ‘s nachts bovengronds.

 

 

 

Waterschap Vechtstromen is ambassadeur voor de regenworm. Voor de waterkwaliteit en –kwantiteit in sloten en beken is de bodemkwaliteit in het stroomgebied zeer bepalend en de regenworm draagt daar een belangrijk steentje aan bij.