Vlinders in de winter

Door Joop Verburg

Wanneer je met de auto op winteravonden over boswegen rijdt, zie je dikwijls vlinders in het licht van de autolampen vliegen. Soms zijn het er heel veel. Wanneer je dan zegt: “Ik zie het al. Het zijn allemaal mannetjes”, heb je waarschijnlijk nog gelijk ook. Hoe zit dat dan?

Dagvlinders komen op allerlei manieren de winter door. Soorten als de Eikenpage leggen in de nazomer eitjes op de knoppen van de eik en daar komen pas rupsjes uit, wanneer de blaadjes zich begin mei ontvouwen. Jong vers voedsel voor de rupsen. Soorten als de witjes overwinteren als pop, vaak verborgen tussen de bladeren of hangend aan een takje. Andere soorten als zandoogjes overwinteren als rupsje. Ze zitten in een holle grasstengels en gaan pas eten en groeien, wanneer in het voorjaar jong gras begint te groeien. Soorten als Dagpauwoog en Citroenvlinder overwinteren als vlinder. Om de winter te overleven verandert hun lichaamsvloeistof in een soort antivries, waardoor ze zelfs strenge vorst kunnen overleven. Wel kunnen ze dan nauwelijks bewegen, dus ze zitten stil tussen de klimop of in een schuurtje of op een zolder. Laat ze maar mooi zitten en zorg dat ze er in het voorjaar uit kunnen.

Zonder mond…

Maar die winterfladderaars dan? Dat gaat om speciale soorten nachtvlinders. Er zijn winteruilen (een groep nachtvlinders die een dikke haarvacht hebben) die zich zelfs in de winter kunnen redden. Nog weer anders is dat bij de winterspanners. De Grote en de Kleine wintervlinder behoren daartoe. Ze hebben zich als rups zo volgegeten dat ze na de ontpopping in november nog zoveel reservevoedsel als vlinder hebben dat ze geen eten nodig hebben. Dat is er ook bijna niet, dus dat komt goed uit. Ze hebben zelfs geen monddelen meer, want die zijn voor deze vlinders niet meer nodig. Ze zijn begin mei uit de eitjes gekomen die in de winter gelegd zijn op de knoppen van de eik. Wanneer ze in een jaar massaal voorkomen, behoren zij tot de rupsen die de eik volledig kaal kunnen vreten. Gelukkig kan de eik daar tegen en vormt hij in juni weer nieuw blad.

…en zonder vleugels

Volgevreten verpopt de rups zich aan de voet van eiken. In november komen de mannetjes uit en vliegen rond op zoek naar vrouwtjes. Dat is hun taak en ze vinden die, omdat pas uitgeslopen vrouwtjes een specifieke sexgeur verspreiden die alleen voor de mannetjes van die soort onweerstaanbaar is. Hoogst merkwaardig is dat de vrouwtjes geen vleugels hebben. Ze kruipen na de ontpopping tegen de stam omhoog en worden door een mannetje bevrucht. Alle andere mannetjes komen te laat en kunnen bij deze vrouw niet meer terecht. Zij verliest haar sexgeur: uit met de pret! Daarna gaat zij haar eitjes leggen.

-tekst gaat verder onder de afbeelding-

Grote wintervlinder – vrouwtje

Zomaar, in het openbaar

Ik had wel eens wat over dit verhaal gehoord, maar pas dit jaar heb ik van beide soorten de vrouwtjes gezien en kunnen fotograferen. In de Vlindertuin van Zuidwolde nog wel. Ik was er verrukt over om dat zo dichtbij te zien. Je kunt zelf in deze tijd ook kijken. Tientallen mannetjes van de Kleine wintervlinder op de eiken. Nu en dan één op de kop en kijk dan maar goed, want dan vindt er waarschijnlijk een paring plaats met een vleugelloos vrouwtje. Zomaar, in het openbaar.