Vlinders in het voorjaar van 2019

Door Joop Verburg – Soms heb ik het gevoel dat je meer je wensen uit zou moeten spreken om ze vervuld te krijgen. Op 17 mei liep ik met een schoonzoon op het pad achter ons huis. We hadden het over de vlinders in 2019 en ik vertelde over de vele Oranjetipjes die we rond zagen vliegen en over sommige soorten die weer veel te weinig aanwezig waren. Zo sprak ik mijn zorg uit over het feit dat ik nog niet één Landkaartje had gezien in Zuidwolde. Geen 20 meter verder zat op het Fuitenkruid een Landkaartje. Geen stille wens bij een vallende ster, maar gewoon zeggen wat je graag wilt en zie daar! Extra bijzonder omdat ik eigenlijk nooit een vlinder op Fluitenkruid zie, maar dit Landkaartje was er op geland en zat te drinken. Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Landkaartje drinkend op Fluitenkruid

Van de vlinderoverwinteraars zag ik de afgelopen tijd de Gehakkelde aurelia nu en dan en de Dagpauwoog wat vaker. Met de Kleine vos is het nog erger dan vorig jaar. Tot nu toe zag ik er niet één! Ik kreeg van Chris van Swaay van de Vlinderstichting een rapport van een Brits onderzoek waarin werd aangetoond dat er een verband bestaat tussen de hoeveelheid stikstof in planten van de brandnetel en de ontwikkeling van rupsen en poppen. Wanneer de verhouding tussen te verschillende elementen verstoord raakt en er te veel stikstof in een plant zit, ontwikkelen de rupsen en de poppen steeds slechter, tot ze helemaal niet meer in een vlinder veranderen. Ik had er om gevraagd omdat ik vorig jaar wel veel rupsen had gezien in onze omgeving, maar niet één Kleine vos. Naast de zorggebieden zoals overbemesting, monoculturen en bloem-armoede, moeten we ons als maatschappij dus ook inspannen om de stikstof-depositie echt te verminderen.

Gelukkig zijn er ook positieve dingen. Citroenvlinders waren er volop en we vonden eitjes en rupjes op de Vuilboom. De witjes deden hun best en vlogen veel rond en zeker het Oranjetipje was dit jaar prominent aanwezig. In de Vlindertuin vonden we veel eitjes op de Look zonder look en later ook op de Damastbloem. Maud Maas Geesteranus maakte een schitterende foto van zo’n eitje, dat na twee dagen van wit in oranje is verkleurd. Dat eitje wordt gelegd op de bloemsteel of de bloemkelk, want de rupsen eten niet het blad maar de vruchten van deze planten.

 

Naast vroege vliegers zoals het Bonte zandoogje en het Boomblauwtje, vliegt nu ook het Icarusblauwtje en ik zag de eerste Hooibeestjes (hoewel het nog lang geen hooitijd is). Icarusblauwtjes nemen bij een beperkt bloemaanbod (dus nectaraanbod) zelfs genoegen met hele kleine bloempjes zoals die van de Gewone hoornbloem. Het Icarusblauwtje gaat met gespreide vleugels in de zon zitten om op te warmen, maar het hooibeestje houdt de vleugels altijd samengevouwen en richt zich schuin naar de zon om zoveel mogelijk warmte op te nemen. Er valt zo veel meer te zien aan vlinders dan alleen mooi gekleurde fladderaars. Het meeste, zoals de hele verpopping, blijft zelfs een mysterie. Wie met verwondering naar de natuur kijkt zal altijd geluk vinden.