Vroege glazenmaker opeens meer in Drenthe gezien

Door Hero MoorlagHij heeft niet voor niets die naam. Je ziet een oranjebruine libel met groene ogen. Onmiskenbaar. Zelfs in vlucht te herkennen. Onstuimig jagen ze op de ecoducten Suthwalda en Stiggeltie bij Zuidwolde, in de Boerenveensche Plassen bij Pesse, in het Steenbergerpark in Hoogeveen en bij het ven in het Spaarbankbos.

Toen in het vroege voorjaar de pinksterbloemen bloeiden, waren vlinderliefhebbers blij verrast te zien dat er zo veel oranjetipjes vlogen. Overal kwam je dit prachtige vlindertje tegen. Nu zijn libellenliefhebbers blij verrast. Zoveel vroege glazenmakers zie je niet ieder jaar. Tot 2000 was deze glazenmaker zelfs vrij zeldzaam. Tegenwoordig wordt hij gezien als een mobiele soort die steeds regelmatiger als zwerver in alle biotopen wordt aangetroffen. Vroege glazenmakers vliegen nog tot in juli. In rust zonnend is hij (of zij) prachtig. De geslachten zijn vrijwel gelijk: oranjebruine grondkleur, helder groene ogen en een gele spijkervormige vlek op het tweede segment, zeg maar op de rug. Met bijna zeven centimeter is hij niet de grootste glazenmaker, maar behoort toch tot de grotere echte libellen. En hij vliegt vroeg, heel vroeg, samen met de iets grotere glassnijder.

 

Hoge zandgronden
Nadat de paring heeft plaatsgevonden en het vrouwtje solitair eitjes heeft afgezet in het water, ontwikkelen zich uit de eitjes prolarven. Ze zijn erg klein, maar groeien snel. De larven leven één tot twee jaar onder water en jagen op allerlei kleine waterdieren. Het uitsluipen van de libellen kan al eind april, maar piekt in mei en juni. Ze zwermen uit. Je kunt ze overal jagend op insecten aantreffen: in rietlanden, langs bosranden en in oevervegetaties. Vroege glazenmakers profiteren van de verbeterde waterkwaliteit en de klimaatverandering. Ze komen in heel Europa voor, maar altijd in beperkte aantallen. In ons land zijn ze vooral bekend van de laagveengebieden in Overijssel, Friesland en Utrecht. Maar, zoals nu blijkt, worden ze opeens veelvuldig aangetroffen op de hoge zandgronden van Drenthe en Gelderland en in de duinen. Daarom komt deze glazenmaker niet meer voor op de Nederlandse Rode Lijst. Op ecoduct Suthwalda trof ik zestien jagende vroege glazenmakers, op Stiggeltie elf. Andere jaren zie je hier twee, hooguit drie. Afwachten of hij voorjaar 2020 weer in deze aantallen zal verschijnen.

Foto’s: Hero Moorlag