Laurophyllisierung

Over de opmars van altijdgroene struiken in Drentse bossen

Met een klein groepje in planten geïnteresseerde mensen – floristen genoemd  – struinen we in de wintermaanden jonge bossen in Drenthe af, in de hoop er allerlei zeldzame wintergroene varens te vinden.  De winter is hiervoor ideaal. De bomen zijn kaal en de brandnetels die hier vaak huizen zijn in winterrust.  Wintergroene varens vallen daardoor beter op en je kunt ze bovendien bekijken zonder geprikt te worden. Over de resultaten van deze varen jacht zal ik later nog eens berichten. Ik wil het met u hebben over een betrekkelijk recent verschijnsel, dat in Duitstalige landen wel wordt aangeduid met ‘laurophyllisering’…

Laurophyllisering is een verschijnsel waar we nog geen goede Nederlandse naam voor hebben. Het duidt op de toename van altijdgroene struiken in onze bossen.  Tijdens één van de struintochten naar wintergroene varens in de veenkoloniën stuitte ik op een goed voorbeeld hiervan.  In een aanplant van Grove den werd de struiklaag gedomineerd door allerlei altijdgroene struiken.  Zo stonden er naast Hulst ook opvallend veel verwilderde exemplaren van Laurierkers.

Laurierkers

Laurierkers is een forse struik met grote glimmende bladen en in de herfst zwarte bessen. Het is een populaire struik die vaak als haag in tuinen wordt aangeplant. Vogels – met name lijsterachtigen, spreeuwen en duiven – zijn gek op de sappige bessen van deze struik. De meeste zaden worden gewoon weer uitgepoept en kunnen op een geschikte plek uitgroeien tot een nieuwe struik.  Meestal gebeurt dat in een bosrand. Niet verwonderlijk dus dat je verwilderende struiken juist in bosjes nabij woonwijken veel tegenkomt. De verwildering van Laurierkers is van vrij recente datum en neemt vooral in de laatste tien jaar sterk toe. Wie regelmatig in het bos komt zal ook de enorme toename van de, van nature in Drenthe thuishorende,  altijdgroene Hulst zijn opgevallen.

Struiken en klimaatverandering

Ook in Midden-Europa is geconstateerd dat Laurierkers en andere altijdgroene struiken zich de laatste decennia sterk uitbreiden. Als deze struiken ruimte en tijd krijgen, kunnen ze uitgroeien tot een ondoordringbaar struweel, waar geen enkele plant meer onder wil groeien.  De recente uitbreiding van altijdgroene struiken wordt wel in verband gebracht met klimaatverandering. Ook in Nederland lijkt er enig verband te zijn tussen het toenemend aantal waarnemingen en zachte winters. Het effect is dat onze zomergroene loofbossen hoe langer hoe meer het karakter van een altijdgroen bos zullen krijgen. De ‘Laurophyllisierung’ van onze bossen is in volle gang. Nu nog een goede Nederlandse benaming hiervoor! Wie bedenkt er één?

Foto (c) Edwin Dijkhuis