Smakkende egels in de tuin

De bekende Engelse egel-deskundige Hugh Warwick heeft een prachtig boek geschreven over zijn ‘onderzoeksobject’: A prikly affair. Het is ook in een Nederlandse vertaling beschikbaar: Gek op egels. Hij verkent in het boek onder meer waarom veel Engelsen zich zo aangetrokken voelen tot dit stekelige dier. Nu ik weer eens twee smakkende egels in de tuin had, snap ik dat maar al te goed.

Oog in oog met een egel in eigen tuin.

In de afgelopen vijf jaar heb ik mijn achtertuintje van 25 vierkante meter in een jaren zeventigwijk in Norg proberen om te vormen van gras, tegels en wat bamboe in een aantrekkelijk oord voor andere wezens. Vooral insecten en vogels zijn spectaculair toegenomen. Van nul soorten vogels, komen er nu geregeld een paartje koolmees, pimpelmees, huismus en merel. In de winter is er de laatste jaren altijd een roodborst paraat. Regelmatig hebben we nu vlinders als landkaartjes, kleine vos en atalanta in de tuin. En het gonst regelmatig van de hommels, bijen en zweefvliegen.

Qua zoogdieren komen we er helaas wat bekaaid vanaf. Nemo, de zwarte kat van de buren, is het enige zoogdier dat geregeld een aai komt halen. Maar vorige week hoorden we ineens een luid geritsel onder de salie, die inmiddels is uitgegroeid tot een struik: een egel! Het dier was blijkbaar ontwaakt uit een dagdroom en scharrelde wat rond.

Loopsporen van een egel.

Ik bekeek de egel eens goed. Eigenlijk is het een hele grote spitsmuis met stekels bedacht ik me. Vooral die snuit met dat druk op een neer bewegende zwarte neusje is een ongekende schoonheid. De buren vertelden ons de volgende ochtend dat ze ’s avonds zelfs twee egels in ons tuintje hadden gezien. Ze waren getriggerd door het luidruchtige geritsel en gesmak aan de andere kant van de schutting. Ze hadden zich op de slakken gestort die onze courgetteplanten hadden ontdekt.

Achtduizend stekels

Het was fijn om weer eens een levende egel te zien, want de afgelopen tijd heb ik er tientallen van de weg geraapt. Platgereden. Egels snappen niets van de manier waarop wij ons voortbewegen en hebben geen zintuigen die ze waarschuwen voor het naderend rubber. Hoogstens hebben ze nog tijd om zich op te rollen, een afweermechanisme dat over het algemeen voldoende is om gevaar af te wenden. Maar tegen een auto van duizend kilo is een egel van nog geen kilo weerloos. En ook die (gemiddeld) achtduizend zachte stekels helpen dan niets.

Uitwerpsel van een egel. Heel herkenbaar zijn de talloze fragementen van opgepeuzelde insecten.

Net als in Engeland gaat het ook hier met de egel niet zo goed. Er zijn aanwijzingen dat er nog maar half zo veel egels zijn als 25 jaar geleden. Waar dat precies aan ligt, is niet helemaal duidelijk. De egel is een insecteneter bij uitstek en opstapelende gifstoffen in het milieu en dus ook in prooidieren voor egels, wordt als een van de oorzaken genoemd. Net als het verdwijnen van struweelranden, heggen en houtwallen in het cultuurlandschap. Toename van predatie is in Engeland een populair argument, maar behalve de oehoe en de das, zijn er nauwelijks roofdieren die zich aan een egel wagen. En ook in steden, waar die roofdieren niet voorkomen, gaat de egelstand achteruit.

Egelhotel

Gelukkig kunnen we in en rondom dorpen en steden van alles doen om het voor egels wat aantrekkelijker te maken. Bijvoorbeeld, ruim in de winter bladhopen niet op. Egels maken er dankbaar gebruik van als winterslaapplaats. Of richt je tuin wat natuurvriendelijker in. Een wat ruigere border kan al genoeg zijn om het voor egels aantrekkelijk te maken. Misschien zo’n enkele border niet genoeg als leefgebied voor een egel, maar als iedereen het doet ontstaat er een soort ecologisch lint in dorpen. En als we dan ook nog een goede verbindingen kunnen maken met het omringende agrarische cultuurlandschap en daar oog houden voor ruige overhoekjes met veel insecten en verbindende landschapselementen, zou het goed moeten komen.

Egelhotel in wording. Onder de bakstenen zit een houten kist gevuld met bladeren.

Als je, om te beginnen, egels echt wilt verwennen kun je nog een speciale nestkast in je tuin plaatsen. Maar geef ze juist geen melk te drinken, daar kunnen ze absoluut niet tegen. Een beetje kattenvoer is daarentegen wel weer erg geschikt. Maar beter is het natuurlijk om ze gewoon de slakken in je tuin te laten opeten. Daarom hou ik misschien wel zo van egels, ze zorgen er voor dat ik nog een paar courgettes over hou voor eigen gebruik.

Meer informatie over egels kun je vinden op de site van de Zoogdiervereniging. Klik hier.