Twee raeven en een curhoen

In mijn ‘onderzoek’ naar de historische aanwezigheid van de raaf in Drenthe, stuitte ik op een curieus stukje proza dat is geschreven in 1863. Het is van de hand van de toen zestienjarige Abel Eppo van Bolhuis die per koets van Groningen naar ’t Loo reisde (en weer terug). Op de eindeloze heide, in de buurt van Spier, overkwam hem een ‘wonderlyck dingh’: twee ‘raeven’ hadden een ‘curhoen’ gevangen…

Eeckhoorntien

Abel pakt het korhoen van de raven af en neemt het mee naar Tabincks in Assen waar ze overnachten. Daar genieten ze de volgende dag van een wandeling in het bos en hebben ‘aldaer een Eeckhoorntien van de ene boom in deander hippende gesien’. Daarna gebruiken ze er het middagmaal en hebben ze ‘het Curhoen opgeëten’.

Zo’n dagboekaantekening van een jongeman uit de stad Groningen geeft een mooi inkijkje in het leven zo’n 150 jaar geleden. De enkele reis per koets van Groningen naar Apeldoorn (’t Loo) duurt in totaal drie dagen. Op de terugweg rijden ze langs Anholt, hoogstwaarschijnlijk over de Kraloërheide naar Spier. Ze zijn om zes uur in Beilen en komen om acht uur ’s avonds in Assen aan. De gemiddelde snelheid met zo’n koets bedroeg dus ongeveer tien kilometer per uur en er moet regelmatig gepauzeerd worden om de paarden rust te gunnen, maar vooral ook omdat het gehobbel over de Drentse zandwegen waarschijnlijk niet heel comfortabel was.

De topografische kaart van de omgeving van Spier rond 1860.

Minstens zo interessant is dat uit zo’n dagboekaantekening allerlei informatie naar voren komt over de aanwezigheid van ‘wild’ in dit tijd. We weten nu dat je de Eeckhoortien in Assen kon zien en dat er tussen Anholt en Spier korhoenders voorkwamen. Dat is geen wereldschokkend nieuws natuurlijk. Het korhoen was in die tijd op de Drentsche heide waarschijnlijk nog een erg algemene vogel. Wat ik dan wel weer frappant vind is dat zo’n curhoen blijkbaar ook voor mensen uit de stad Groningen meteen als lekkernij wordt herkend. Uit het verhaaltje blijkt namelijk dat niet alleen Abel Eppo erg opgetogen is over de vondst, maar dat ook de secretaris en de koetsier het uitroepen van vreugde als ze zien wat de raven te pakken hebben: het is een curhoen, het is een curhoen!

Vogelvrij

Daarnaast weten we nu, en daar is het mij vooral om te doen, dat er op de Kraloërheide nog raven voorkomen, waarbij ik er gemakshalve maar even vanuit ga dat ze een raaf van een zwarte kraai konden onderscheiden. En dat is al weer een stuk opmerkelijker. Raven – en alle andere zwarte vogels – waren in de tijd vogelvrij. Ze werden hartstochtelijk bejaagd ‘daar deze veel wild en eijeren vernielen’ zoals een krantenberichtje uit de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 6 november 1862 het algemene gedachtengoed van die tijd waarschijnlijk goed samenvat. Niet lang daarna verdween de raaf nagenoeg geheel als broedvogel uit Drenthe en andere delen van Nederland.

Een roepende raaf.

Dat kun je toch wel als een verlies beschouwen. Akkoord, net als de meeste andere kraaiachtigen zijn raven ‘halve’ roofvogels, maar dat mag toch geen reden zijn om ze te vervolgen? Naast het feit dat ze net zo goed recht op leven hebben, ze een hoge mate van intelligentie hebben, zijn ze ook nog eens van nut voor de mens. Raven stonden tot in de Middeleeuwen dan ook bekend als nuttige aaseters en avfalopruimers. Ze leefden in de nabijheid van mensen. In de achttiende eeuw kreeg de raaf een ‘slecht imago’. Wellicht omdat ‘zwarte vogels’ ook steeds vaker werden geassocieerd met onheil en de dood.

Herintroductie

In 1966 werd sommigen het gemis van de raaf in de Nederlandse avifauna te groot en start men een herintroductieproject. Ook in Drenthe werden op twee plaatsen zogenaamde uitwenkooien neergezet. Hier werden ravenparen uit Duitsland en de Baltische staten in gevangenschap gehouden, waarvan de nakomelingen uiteindelijk vrij werden gelaten. Het project ging met horten en stoten, maar mag uiteindelijk als een succes worden beschouwd. Vooral op de Veluwe ging het midden jaren tachtig met de raaf steeds meer de goede kant op.

Surveillant Jan Veenstra van Staatsbosbeheer midden jaren zestig bij een van de uitwenkooien in Drenthe. (Met dank aan de erven van Jan Veenstra en Albert Henckel van Staatsbosbeheer).

Vanaf 2003 broedt de raaf ook weer in Drenthe. Het begon met één paartje in het Drents-Friese Wold. Vijftien jaar later zijn er weer zo’n vijftien broedparen in de hele provincie en dat aantal zal langzaam nog wel wat toenemen. Raven doen er bijvoorbeeld wel drie tot vier jaar over voordat ze tot broeden over gaan en ook dan gaat het nog geregeld mis vooral omdat hun vaak niet al te solide nesten makkelijk uit de boom waaien. Daarnaast vliegen er op allerlei plekken vrijgezelle raven in kleinere groepjes rond. In die groepjes ontstaan dan weer zogenaamde verlovingsparen die uiteindelijk op zoek gaan naar een geschikt leefgebied.

Hoe dan ook, we kunnen nu wel zeggen – gelukkig wat mij betreft – dat de raaf terug is van weggeweest. In zowel de grotere Drentse natuurgebieden als in het cultuurlandschap kunnen we weer genieten van die prachtige vogels met hun diep sonore geluiden. En als je een paartje ziet vliegen, probeer ze dan een tijdje te volgen met je verrekijker. Tien tegen één dat ze een vliegshowtje weggeven waarbij ze geregeld even op hun rug vliegen. Gewoon omdat het zo leuk is.